
Geen eersteklasser die zich nog kleuter voelt! De kinderen zijn wakker geworden en staan aan het begin van een zes-jaar- lange weg, die ze samen met hun klasgenootjes en leerkracht zullen afleggen. De"hoofd"vakken (taal, rekenen,heemkunde, geschiedenis en aardrijkskunde) geven we tijdens de eerste uren van de ochtend in periodes van gemiddeld drie weken. Bvb. drie weken rekenen, nadien drie weken taal.

Elk jaar is er ook een toneelperiode waarbij de kinderen een stuk opvoeren dat is gebaseerd op de vertelstof van hun klas. In de eerste klas vertelt de leerkracht sprookjes, in de tweede klas fabels en legenden, in de derde klas het Oude Testament, in de vierde klas Germaanse mythologie, in de vijfde klas Griekse mythologie en in de zesde klas verhalen over het Romeinse Rijk en de middeleeuwen.

Later op de dag, na het zogenaamde "hoofd"onderwijs, krijgen de kinderen verschillende vakken in een vast weekrooster: vreemde talen, cultuurbeschouwing, handwerk, vormtekenen, schilderen, muziek, koor, L.O., euritmie, houtbewerking en tuinbouw. De kunstzinnige verwerking van de leerstof is een belangrijk streefdoel. Er is ruim plaats voor de creativiteit en de flexibiliteit van de leerkracht.
Het persoonlijke getuigschrift op het einde van elk schooljaar beschrijft de hele ontwikkeling van het kind in zijn denken, voelen en handelen. Na het beëindigen van de zesde klas krijgen de kinderen, wanneer zij de leerstof beheersen, een officieel erkend getuigschrift Basisonderwijs.