Pedagogie

Het onderwijs in de Steinerschool

PDFAfdrukkenE-mailadres

LSM Algemeen - Pedagogie

steinr89

“De vraag is niet,
wat de mens moet weten en kunnen
om zich in de bestaande sociale orde te kunnen voegen; maar wel,
wat er in aanleg in de mens aanwezig is
en in hem ontwikkeld kan worden.
Dan wordt het mogelijk dat de opgroeiende generatie de maatschappij steeds nieuwe krachten toevoegt.
Dan zal in deze maatschappij datgene leven wat de in haar tredende volwaardige mensen scheppen; maar uit de opgroeiende generatie mag niet datgene gemaakt worden wat de bestaande maatschappij van deze generatie maken wil.”

Rudolf Steiner in: Freie Schule und Dreigeliederung , in Aufsätze über die Dreigliederung des sozialen Organismu und zur Zeitlage 1915-1921 (GA 24), Dornach, 1982

De menskundige en pedagogische inzichten van Rudolf Steiner (°1861 - †1925) zijn voor alle Steinerscholen het uitgangspunt. Elke school die met het officieel erkende Steinerschoolleerplan werkt, volgt evenwel een eigen weg. Elke leerkracht verwerkt de pedagogische inzichten op een persoonlijke manier.


Denken-Voelen-Willen: drie sleutelbegrippen.

Voor de leerkrachten staat het wezen van elk kind centraal. De wezenskern van elk kind wordt doorheen de opvoedingsjaren steeds meer waarneembaar. De mens is van kleinsaf burger van twee werelden: die van de geest en die van de natuur. Voortdurend maken wij de verbinding tussen deze twee in ons denken, ons handelen en ons gevoel.

Daarom streeft een Steinerschool ernaar om bij de kinderen tussen het denken, het voelen en het handelen een harmonie te laten bestaan.
Uitgaande van deze driedeling komen we tot drie soorten vakken.
  • Handvaardigheids-en bewegingsvakken
  • Sociaal-kunstzinnige vakken
  • Cognitieve vakken of kennisvakken.

 IMG_3972_1600x1200IMG_3995_1600x1200IMG_3969_1600x1200

In de kleuterschool gebeurt al het leren via handvaardigheids- en bewegingsvakken.
In de lagere school vormen sociaal-kunstzinnige vakken de kern. Kennisvakken horen er evenwel vanaf de eerste klas bij. Hun belang neemt jaar na jaar toe. In de middelbare school vormen deze vakken de hoofdmoot, maar de kunstzinnige benadering blijft altijd belangrijk.
 

Jaarfeesten

PDFAfdrukkenE-mailadres

LSM Algemeen - Pedagogie

De jaarfeesten staan in betekenis om de kinderen het ritme in het jaar te laten meebeleven. Meestal zijn de feesten sterk verbonden met de wisseling van de seizoenen. In liedjes, verhalen en spelletjes wordt de betekenis van de jaarfeesten op een eenvoudige manier voor de kinderen tot uitdrukking gebracht. Ook klassen en de “seizoentafel” worden versierd in de sfeer en stemming van het feest.

Er worden bekende en wat minder bekende feesten gevierd. Elk feest heeft eigen gebruiken en een eigen signatuur. We maken lampionnen of palmpasenstokken, we dansen in de kring, we genieten van een speciale feestmaaltijd, er zijn bloemen, fruit, liedjes, verhalen … En het feest beperkt zich niet tot een dag, maar het strekt zich uit over weken van voorbereiden en nabeleven.

We hebben o.a. volgende jaarfeesten:

Michael (herfst)

29 september

Sint Maarten

11 november

Advent

4 zondagen voor Kerst

Sint Nicolaas (winter)

5 december

Kerstmis

25 en 26 december

Driekoningen

6 januari

Maria Lichtmis

2 februari

Palmpasen (lente)

zondag voor Pasen

Pasen

de zondag en de maandag volgend op de eerste volle maan na het begin van de lente

Pinksteren

50 dagen na Pasen

Sint Jan (zomer)

24 juni

 Hier kan je als ouder een blikje werpen hoe de laatste feesten verlopen zijn.