
“De vraag is niet,
wat de mens moet weten en kunnen
om zich in de bestaande sociale orde te kunnen voegen; maar wel,
wat er in aanleg in de mens aanwezig is
en in hem ontwikkeld kan worden.
Dan wordt het mogelijk dat de opgroeiende generatie de maatschappij steeds nieuwe krachten toevoegt.
Dan zal in deze maatschappij datgene leven wat de in haar tredende volwaardige mensen scheppen; maar uit de opgroeiende generatie mag niet datgene gemaakt worden wat de bestaande maatschappij van deze generatie maken wil.”
De menskundige en pedagogische inzichten van Rudolf Steiner (°1861 - †1925) zijn voor alle Steinerscholen het uitgangspunt. Elke school die met het officieel erkende Steinerschoolleerplan werkt, volgt evenwel een eigen weg. Elke leerkracht verwerkt de pedagogische inzichten op een persoonlijke manier.
Denken-Voelen-Willen: drie sleutelbegrippen.
Voor de leerkrachten staat het wezen van elk kind centraal. De wezenskern van elk kind wordt doorheen de opvoedingsjaren steeds meer waarneembaar. De mens is van kleinsaf burger van twee werelden: die van de geest en die van de natuur. Voortdurend maken wij de verbinding tussen deze twee in ons denken, ons handelen en ons gevoel.


